Samen met de in klimaatkringen gerenommeerde Prof. Philippe Huybrechts (glacioloog, VUB en tevens lid van het VN-klimaatpanel) schreef ik een uitgebreid essay voor De Standaard over klimaatscepticisme. Het stuk staat vandaag, 9/6/2007, in de krant. Het beschrijft die verschillende vormen van klimaatscepticisme, die helaas vandaag nog allemaal courant zijn, ook in de politieke tv-debatten over klimaat. Het wordt tijd dat het debat ten gronde wordt gevoerd: hoe gaan we het klimaatprobleem aanpakken op een sociaal-rechtvaardige wijze...?
Met het Groenlandijs valt niet te onderhandelen (DS, 9/6/2007)
Peter Tom Jones & Philippe Huybrechts
Met Al Gores succesfilm An Inconvenient Truth is het klimaatvraagstuk prominent op de politieke agenda geplaatst. Eindelijk! Met de verkiezingen in aantocht werd iedereen verplicht om ten minste lippendienst te bewijzen aan het thema. Laten we evenwel hopen dat de 'klimaathype' dit verkiezingsweekend zal overleven. Juist vanwege zijn verregaande impact op andere wereldproblemen (biodiversiteit, verwoestijning, droogte, migratie, grondstofschaarste...) is het klimaatvraagstuk immers goed op weg om het centrale ecologische, economische, sociale én morele probleem van de 21ste eeuw te worden. De manier waarop de wereldgemeenschap zal omgaan met het klimaatvraagstuk zal bepalend zijn voor de levenskwaliteit van de huidige en toekomstige generaties.
Klimaatwetenschappers luiden al ettelijke jaren de alarmbel. Al in 2004 was er een sterke wetenschappelijke consensus omtrent de menselijke oorzaak en de ernst van dit vraagstuk. Met het Vierde Evaluatierapport van het VN-klimaatpanel is die consensus dit jaar alleen maar indrukwekkender geworden. De wereld warmt in steeds sneller tempo op, de mens is daarvoor de hoofdverantwoordelijke, en zonder een ernstig klimaatbeleid gaan we naar gemiddelde temperatuurstijgingen die ver boven de niveaus zullen liggen die de mensheid ooit gekend heeft, met alle gevolgen van dien voor vele landen in het Zuiden én de zwaksten in de westerse landen.
We staan dus voor een historisch kantelmoment. Wie nu realistisch kijkt naar dit probleem, kan niet anders dan radicale oplossingen naar voren schuiven. Maar wat blijkt? De eerste signalen van milieu- en klimaatmoeheid dienen zich al aan. De symptomen variëren van ontkenning en psychologische verdringing tot ridiculisering van het probleem: 'Door de opwarming kunnen we vaker een terrasje doen.'
De loopgravenoorlog
Klimaatsceptici dragen een grote verantwoordelijkheid in het uitblijven van politiek-maatschappelijke actie. Mee door hun toedoen hebben we al meer dan tien jaar verloren in de strijd tegen de klimaatveranderingen. De tactiek van de 'ontkenningsindustrie' - dixit de Britse milieujournalist George Monbiot in zijn boek Heat (2006) - bewijst zijn succes elke dag opnieuw. Net zoals het geval was bij de link tussen cfk's en het gat in de ozonlaag, en tussen tabak en kanker, hebben specifieke industriële groepen kosten noch moeite gespaard om een rookgordijn op te trekken. De betrachting is niet zozeer het debat te winnen, wel om twijfel te zaaien. Inmiddels is bewezen dat bedrijven als Exxon Mobile ruime middelen hebben uitgetrokken voor de financiering van tal van organisaties en 'wetenschappers' die een consistente lijn moesten verdedigen wat de klimaatopwarming betreft. Hun opdracht was om maar te blijven herhalen dat de klimaatwetenschap vol tegenstellingen zit, dat de wetenschappers hopeloos verdeeld zijn, en dat milieuactivisten charlatans zijn. In dezelfde lijn schreef Trends-voorman Frans Crols het stuk 'Ecotariërs aller landen, verenigt u' (Trends 8 februari).
Een hoogtepunt van de Exxon Mobile-campagne was de Oregonpetitie van een zekere Frederick Seitz. Om het geloofwaardigheidsgehalte van deze pseudowetenschappelijke tekst op te krikken, werd die afgedrukt in de lay-out van het prestigieuze Noord-Amerikaanse vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences. PNAS was verbolgen en distantieerde zich in niet mis te verstane bewoordingen van deze tekst. De argumenten die klimaatsceptici vandaag citeren en reproduceren op allerlei websites en internetfora zijn grotendeels gebaseerd op deze misleidende petitie. Waarmee we overigens niet willen suggereren dat de meeste klimaatsceptici ageren in betaalde opdracht van bepaalde industriële lobbygroepen. Een nadere analyse van de manier waarop met de Oregonpetitie werd en wordt gewerkt, toont aan dat, in hun strijd tegen de wetenschappelijke klimaatconsensus, de klimaatsceptici zich de strategie van de stellingenoorlog toe-eigenen. Men werkt met verschillende verdedigingslinies; naarmate één loopgraaf wetenschappelijk gezien onverdedigbaar wordt, trekt men zich terug naar een volgende loopgraaf die men op een even verbeten manier tracht te beschermen. Op die manier slaagt men er in het debat gaande te houden. Achtereenvolgens kan men de volgende 'klimaatsceptische' vragen onderscheiden. 1. Warmt het wel op?; 2. Is de mens daarvoor verantwoordelijk?; 3. Zal de temperatuurstijging niet gewoon meevallen?; 4. Heeft het economisch gezien wel zin om vandaag een stringent klimaatbeleid te voeren?
Loopgraaf 1. De vraag of de Aarde al dan niet opwarmt, is al een tijdje geleden definitief opgelost. Vandaag weten we dat de gemiddelde aardtemperatuur, waar die ook moge bepaald worden (aan de oppervlakte of voor de gehele troposfeer), gedurende de laatste 150 jaar significant gestegen is: namelijk met ongeveer 0,76°C. Bovendien is er een versnelling merkbaar. De gemiddelde temperatuurtoename gedurende de laatste vijftig jaar verliep bijna twee keer zo snel als tijdens de laatste honderd jaar. Elf van de laatste twaalf jaren bevinden zich in de top-twaalf van de warmste jaren sinds 1850. Deze opwarming is onloochenbaar en uit zich op een consistente wijze in allerlei andere fysische parameters zoals toegenomen atmosferische vochtigheid, afgenomen sneeuw- en ijsbedekking, en een stijgend zeeniveau.
Loopgraaf 2. De nieuwe rapporten van het VN-klimaatpanel verzetten de bakens in het debat omtrent de drie andere vragen. Het eerste deel van het AR4-rapport beslechtte de discussie over de verantwoordelijkheidsvraag. De eerste generatie klimaatsceptici, die nog steeds aanvoert dat de huidige opwarming vooral natuurlijke oorzaken zou hebben, heeft geen wetenschappelijke poot meer om op te staan. Wat men ook moge beweren in populaire magazines als Eos en Natuur, Wetenschap & Techniek, dit debat is voorbij, althans in de wetenschappelijke vakliteratuur. Getuige daarvan de vloed aan artikels in referentiebladen als Science en Nature en de bevestiging ervan in AR4 Deel I. De zonnevlekkenhypothese van enkele Deense wetenschappers is op geen enkele wijze in staat de huidige opwarming te verklaren. Hoewel het opwarmende effect van wijzigende zonneactiviteit erkend wordt door het VN-klimaatpanel, staat inmiddels vast dat dit zonne-effect slechts miniem is ten opzichte van de opwarmende invloed van de menselijke uitstoot van broeikasgassen. Toch heeft een recente opiniepeiling aangetoond dat in dit land één op de drie mensen nog altijd niet wil aanvaarden dat de mens de hoofdverantwoordelijke is voor de hedendaagse klimaatdestabilisatie. Soms moet men erkennen dat een wetenschappelijk debat is afgesloten. Het is een beetje vergelijkbaar met de discussie tussen klassieke biologen en creationisten over Darwins evolutietheorie. Gaan we in de toekomst voor elk debat waar een bioloog aan deelneemt ook per definitie een creationist uitnodigen? Want dat is precies wat er gebeurt in tal van media. Om de controverse (kijk- en leescijfers!) kiest men al te vaak voor een debat met een klimaatontkenner. In plaats van het thema ten gronde uit te spitten, wordt het thema op een oppervlakkige manier uitgemolken. Bij de gewone burger treedt al te snel een gevoel van verzadiging op dat hem eerder verlamt dan aanzet tot actie. Op die manier wordt de klimaatmoeheid rijkelijk gevoed. En dat is precies de bedoeling van de ontkenningsindustrie.
Loopgraaf 3. De volgende vorm van klimaatscepsis gaat over de ernst van de toekomstige klimaatwijzigingen. Zelfs als het opwarmt én de mens verantwoordelijk is, dan nog zal die opwarming wel meevallen, zo stelt men. In zijn bestseller The Skeptical Environmentalist (2001) opperde Bjorn Lomborg, 's werelds invloedrijkste klimaatscepticus, nog dat 'It is likely that the temperature will be at or below the B1 estimate (less than 2°C in 2100) and the temperature will certainly not increase even further into the twenty-second century'. Maar B1 is al het meest optimistische van de 6 scenario's van het VN-klimaatpanel. En zelfs in dat meest optimistische scenario komt de AR4 tot de conclusie dat het zeer onwaarschijnlijk is dat we beneden de 2°C blijven ten opzichte van de pre-industriële temperatuur. De grens van 2°C opwarming kan alleen nog worden vermeden als de mensheid zijn uitstoot nog drastischer doet afnemen tegen 2050 dan in het lage B1 scenario vooropgesteld. Conclusie: Lomborg was verkeerd in zijn inschatting om minder dan 2°C opwarming zulk een grote waarschijnlijkheid toe te dichten. De opwarming zal minstens gematigd sterk zijn. En zo komen we bij de vierde en voorlopig laatste loopgraaf.
Loopgraaf 4. Dit is de loopgraaf die door Lomborg en andere klimaatsceptici zoals Luc Bonneux vandaag wordt ingenomen. Inmiddels moeten zij erkennen dat de aarde opwarmt, dat de mens grotendeels verantwoordelijk is en dat de opwarming minstens gematigd sterk zal zijn als er niets ondernomen wordt. Hun aandacht verschuift nu naar het economische niveau. Zij voeren aan dat het nemen van drastische klimaatmaatregelen economisch gezien weinig zinvol is: 'Je tracht niet het klimaat te beheersen [] maar wel de ongewenste gevolgen van klimaatsverandering. Je pikt de meevallers mee [] en tracht de gevolgen van de tegenvallers te beperken.' (Luc Bonneux, DS 18 november 2006). De economische logica klinkt als volgt. De positieve gevolgen van een krachtig reductiebeleid (mitigatie) worden pas zichtbaar in een verre toekomst. Wanneer men die toekomstige voordelen monetair terugrekent (verdisconteert) naar een geldwaarde vandaag, dan weegt het voordeel niet op tegen de kost van het klimaatbeleid. Hun conclusie luidt dat het veel zinniger is om de gevolgen af te wachten en vooral geld te spenderen aan aanpassingsmaatregelen (adaptatie). Dat besluit is echter volledig afhankelijk van hun zeer subjectieve keuze voor een hoge discontovoet, die de voordelen in de toekomst per definitie onderwaardeert. Indien men gebruik maakt van lagere discontovoeten, dan komt men tot totaal andere conclusies. Bijvoorbeeld: de ex-Wereldbankeconoom Nicholas Stern gebruikte in zijn (inmiddels bekende) studie een zeer lage discontovoet (0,1 procent). Op die manier kwam hij tot de conclusie dat 'niets doen' een economische recessie zou teweegbrengen: namelijk een jaarlijks verlies van 5 tot twintig procent van het Bruto Mondiaal Product. In Deel III van het AR4-rapport wordt dat bevestigd. Dit toont aan hoe gevoelig economische berekeningen zijn voor de precieze aannames die men maakt. Bovendien gaat de economische redenering voorbij aan het feit dat hoe langer men wacht om in te grijpen, hoe groter de gevolgen zullen zijn en hoe langer die zullen nawerken. Daarbij komt nog dat men geen rekening houdt met de volgende ethische beschouwing: de landen die de laatste tweehonderd jaar voor de grootste uitstoot hebben gezorgd (VS en Europa staan in voor ongeveer zestig procent van de historische koolstofuitstoot), zijn niet de landen waar vandaag en morgen de slachtoffers vallen (Aziatische megadelta's, zwart Afrika). Dat is een van de kernboodschappen van Deel II van het AR4-rapport. Die kwetsbare regio's beschikken niet over de middelen om zich aan te passen aan de toekomstige droogte (Afrika) of de stijging van de zeespiegel (megadelta's). Een succesvol aanpassingsbeleid - wat ook noodzakelijk is om de VN-Millenniumdoelstellingen te halen - vereist financiële hulp van de rijke landen.
Aanpassing en verzachting
Aanpassing is ook nodig in de rijke landen. Als gevolg van de traagheid in het klimaatsysteem zullen we immers sowieso te maken krijgen met een opwarming met grote gevolgen: hittegolven, ozonpieken, droogte, overstromingen enzovoort. De komende tien tot veertig jaar zal het daarom van vitaal belang zijn aanpassingen door te voeren. Nochtans is aanpassen zonder mitigatie (vermijden dat de opwarming te snel en te sterk verloopt) contraproductief. Zonder daling van de uitstoot gaan we naar temperatuurstijgingen boven de 3°C. Vanaf dan projecteert men dat tegen 2080 meer dan drie miljard mensen, hoofdzakelijk in het Zuiden, geconfronteerd zullen worden met waterschaarste. Verder kan men zich verwachten aan ontwrichtende klimaatgevolgen zoals het onomkeerbaar smelten van het Groenlandijs en een stijgend zeeniveau dat nog honderden tot duizenden jaren zal doorwerken. We begeven ons dan op het terrein van Terra Incognita, met niet te overziene geopolitieke gevolgen. Bij temperatuurtoenames van 4°C en meer, loopt de schade exponentieel op. De berekeningen van de (lineaire) economische klimaatmodellen vervallen dan tot pure speculatie.
Waar we vandaag behoefte aan hebben, is zowel mitigatie als aanpassing. Zoals het VN-klimaatpanel heeft aangegeven in zijn jongste rapport, moeten we komen tot reductiedoelstellingen die het mogelijk maken de CO2(eq.)-concentratie te stabiliseren op maximaal 500 deeltjes per miljoen (ppm), terwijl we nu al aan 430 deeltjes per miljoen zitten. Een tijdelijke overschrijding van die limiet mag worden getolereerd, maar dan moet die concentratie snel naar beneden. Op mondiaal vlak moet daarom dringend werk worden gemaakt van een verregaand post-Kyotoakkoord, waarin men voor de periode na 2012 op een 'rechtvaardige' manier alle landen ter wereld betrekt. Rijke landen zullen het voortouw moeten nemen. Pas als wij onze uitstoot drastisch doen dalen, kunnen we van landen als China, Brazilië en India verwachten dat ze overschakelen naar een lagekoolstofeconomie. Hoe sneller deze duurzaamheidstransitie wordt ingezet, hoe groter de kans dat verregaande gevolgen worden vermeden. Zoals aangegeven in Deel III van het AR4-rapport is het wel degelijk realistisch om de vereiste duurzaamheidstransitie te maken, zelfs aan een aanvaardbare economische kost. Daarvoor is een combinatie nodig van gedragswijzigingen (richting duurzame, grondstofarme consumptiepatronen) en eco-efficiënte technologie. De technologische oplossingen zijn in essentie alvast bekend. Laten we het negatieve verhaal van de gevaarlijke klimaatwijzigingen ombuigen tot een positief én sociaal verhaal van klimaatoplossingen, oplossingen die nieuwe werkgelegenheid zullen creëren, onze olieafhankelijkheid verminderen, en het recht garanderen op een schoner leefmilieu. Waarop wachten we?
Peter Tom Jones is post-doctoraal onderzoeker aan de KULeuven en coauteur van Terra Incognita (Ginkgo, Academia Press, 2006/2007), dat zopas in een tweede editie verscheen, en van Het klimaatboek (samen met Els Keytsman, EPO, 2007). Hij staat op de tweede plaats op de Senaatslijst van Groen!
Philippe Huybrechts is professor in de klimatologie en glaciologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij is sinds 1995 medeauteur van de opeenvolgende rapporten van het IPCC voor werkgroep I (de fysische basis) en publiceert regelmatig over het poolijs in vakbladen zoals Nature en Science.
|