| "Geen revolutie, maar transitie" (Interview met P. T. Jones, Milieudefensie Magazine, Juni 2010) |
|
|
|
Ruim interview verschenen in het Nederlandse blad Milieudefensie Magazine (Jaargang 39, Nr. 5/6, Juni/Juli 2010, p. 6-9). Tekst: Freek Kallenberg. Het interview vond plaats in de context van de "Terra Reversa on tour" in Nederland, maart 2010. Meer info over Milieudefensie op: http://www.milieudefensie.nl/publicaties/magazine
"Geen revolutie, maar transitie"
Daarbij pikt hij de draad van de avond daarvoor moeiteloos op. Toen ging hij op uitnodiging van het Haags Milieucentrum in debat met Jan Rotmans, hoogleraar transitiemanagement en voorzitter van de stichting Urgenda. Deze stichting wil een brede duurzaamheidsbeweging creëren. Ze richt zich daarbij eerst op ‘koplopers’ uit de samenleving en hoopt daarmee zoveel positieve energie te genereren dat de rest van de samenleving vanzelf mee gaat doen. “Dat is te kort door de bocht”, begint Jones zijn betoog. “Een radicale omwenteling van de maatschappij kan alleen plaatsvinden als er voldoende draagvlak is. Daarvoor heb je naast koplopers uit de overheid, de kennisinstellingen en het bedrijfsleven ook het maatschappelijk middenveld nodig: de vakbeweging, milieuorganisaties, culturele organisaties, enzovoort. Díe moeten hun achterban ervan overtuigen dat anders consumeren en produceren loont. Volgens Rotmans leidt de betrokkenheid van deze maatschappelijke organisaties slechts tot een hoop gepolder. Dat erkennen wij wel, daarom gaan wij in Vlaanderen op zoek naar de visionairen en pioniers binnen de maatschappelijke organisaties. Mensen met creatieve en goede ideeën, die over voldoende gewicht en legitimiteit beschikken om hun organisaties en leden te mobiliseren voor een transitie naar een ecologische en sociale samenleving.”
De ‘wij’ die Jones hier noemt, staat voor het mede door hem opgerichte ‘Vlaamse transitienetwerk van het middenveld’. Dit bestaat uit een groep koplopers uit zowel het klassieke, georganiseerde als het niet-georganiseerde, ‘vloeibare’ middenveld van kunstenaars, theatermakers, publicisten e.d.. Jones was met zijn 36 jaar ook al één van de pioniers van Plan C, de Vlaamse transitie-arena voor een duurzaam materialenbeheer. Daarnaast is Jones, als burgerlijk ingenieur Milieukunde en doctor in de Toegepaste Wetenschappen, onderzoeksmanager Industriële Ecologie aan de Universiteit van Leuven. Ook is hij de mede-initiator van de Vlaamse denktank voor ecologische economie Terra Reversa en publiceerde hij talloze artikelen, opiniestukken en boeken omtrent thema’s als klimaat, transities, industriële ecologie en ecologische economie. In België wordt Jones regelmatig gevraagd Vergeet de ijsbeer Afgelopen maand was Jones op uitnodiging van zijn uitgever Jan van Arkel in Nederland om zijn meest recente boek Terra Reversa: de transitie naar rechtvaardige duurzaamheid te promoten. Dit boek schreef hij samen met zijn vrouw, de politicologe Vicky De Meyere. Terra Reversa is de opvolger van het vier jaar geleden verschenen Terra Incognita, waarin hij een zeer gedetailleerd beeld schetst van de precaire situatie van onze planeet. “Onze huidige ecologische voetafdruk overschrijdt de draagkracht van de aarde met minstens 30 procent”, zegt Jones. “De gevolgen daarvan zijn niet langer verre toekomstprojecties, maar zichtbare problemen in het hier en nu. De klimaatverandering is daarvan een duidelijk voorbeeld. Op sommige plaatsen in de wereld is er nu al een tekort aan water en voedsel, de oceanen verzuren en de biodiversiteit holt snel achteruit. Men moet beseffen dat het speelkwartier voorbij is. Zoals George Monbiot zegt: ‘vergeet de ijsbeer het gaat nu om ons’.” Volgens Jones is dit besef nog lang niet voldoende aanwezig. “Er is wel aandacht voor de klimaatcrisis en afnemende biodiversiteit, maar het gaat al te vaak om lippendienst. Dat komt omdat men enerzijds vasthoudt aan een economisch systeem dat koste wat kost wil blijven groeien en anderzijds pleit voor duurzaamheid. Veel politici en economen wensen dat die twee samen kunnen gaan. Maar als je de harde feiten wetenschappelijk bekijkt, zie je dat er een fundamentele tegenstelling is tussen eindeloze economische groei en de eindige draagkracht van de aarde. Het resultaat is dat het ondanks alle aandacht voor het milieu, steeds verder de verkeerde richting uit blijft gaan.” Transitie In Terra Reversa, letterlijk ‘omgekeerde aarde’ bepleiten Jones en De Meyere daarom een geleidelijke maar radicale omkering van het huidige wereldsysteem. Geen revolutie, maar een ‘transitie’. Jones: “Een transitie behelst grondige veranderingen van structuren, culturen en praktijken. En dat op alle terreinen van de samenleving: economisch, sociaal, cultureel en ethisch. Tegelijkertijd beseffen we dat dit een langdurig proces is dat zich over twee tot drie generaties zal uitsmeren. Een traag proces dat zich zowel van onderuit, vanuit de maatschappij, als van bovenaf, vanuit de politiek, moet voltrekken.”
Een cruciale rol voor deze verandering ligt volgens Jones bij de overheid. “Maar zeker in de rijke westerse industrielanden verbergt de overheid haar falende reactie op de sociaal-ecologische crisis achter het ontbrekende electorale draagvlak. Vandaar het belang van het progressieve middenveld.
Dan moet men het echter wel eerst eens worden over de noodzaak van zo’n sociaal-ecologische transitie. De vakbeweging kiest als er echt banen op het spel staan al te gemakkelijk voor economische groei, ook als het gaat om banen in sterk vervuilende industrieën. Jones: “Juist daarom is de koppeling tussen de ecologische en de sociale kwestie zo essentieel. Als er een autofabriek wordt gesloten, moeten de mensen die anders op straat komen te staan direct aan de slag in de ecotechnologische sector. Dat besef is binnen de grote vakbonden in Vlaanderen aanwezig, ten minste op interprofessioneel niveau en bij de studiegroepen. Maar tegelijkertijd zie je aan de basis, in de fabrieken waar men rechtstreeks met sluitingen wordt geconfronteerd, een hele conservatieve Meer van hetzelfde
Rechtvaardige duurzaamheid is hierin voor Jones een centraal begrip omdat het aangeeft waartoe die transitie moet leiden: een duurzame en rechtvaardige maatschappij. “Het is ook een reactie op het begrip duurzame ontwikkeling dat sinds zijn ontstaan steeds verder is uitgehold tot het bijna synoniem is geworden met duurzame economische groei. Hiermee wordt het hele duurzaamheidsdebat verengd tot de vergroening van de productieprocessen. Daarvoor lopen veel industriëlen ook nog wel warm. Het past immers prima binnen het huidige economische groeimodel. Maar het leidt niet tot de sociale en ecologische maatschappij die we nodig hebben.” Sterker nog, het kan tot meer van hetzelfde leiden. Jones: “Dat is ook het gevaar van de manier Jones ziet dit ook terug in de Nederlandse EnergieTransitie die een omslag naar een duurzame energievoorziening in Nederland moet bewerkstelligen. “De grote ‘regimespelers’ als Shell en de elektriciteitsbedrijven domineren hier de agenda, waardoor er vooral wordt ingezet op technologische innovatie en nauwelijks op duurzame consumptie en verandering in subjectiefculturele factoren. Voor het sociale karakter van de transitie heeft men al helemaal geen aandacht.” Reizen naar Antarctica Volgens Jones is de combinatie van ecologische duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid absoluut noodzakelijk. Anders wordt de transitie naar een meer duurzame samenleving een puur technocratisch verhaal dat bovendien door de talloze ‘rebound’-effecten ook niet tot die zo noodzakelijke vermindering van onze ecologische voetafdruk zal leiden. “Om een voorbeeld te noemen: omdat je in België investeringen in zonnepanelen heel snel kan terugverdienen via subsidies, groenestroomcertificaten en belastingsaftrek is het vooral voor mensen met een hoog inkomen en een eigen huis financieel zeer aantrekkelijk. Het gevolg is dat deze mensen in de rijkere buurten straks lage energiekosten hebben, terwijl mensen in de armere buurten deze zien stijgen. Dit leidt tot een toenemende ongelijkheid in de samenleving. En op ecologisch vlak is er een verre van optimaal resultaat. Want die koopkrachtige mensen laten het geld dat ze uitsparen niet onberoerd. Wanneer deze middelen worden aangewend voor, bijvoorbeeld, een reisje naar Antarctica, dan neemt de totale ecologische voetafdruk van die mensen niet af maar toe. Dit is een reboundeffect in het kwadraat.” Voor een transitie zijn daarom volgens Jones tegelijkertijd veranderingen op structureel niveau als op cultureel-gedragsmatig niveau nodig. “Zolang vliegen binnen Europa goedkoper is dan met de trein, kiest bijna iedereen voor het vliegtuig. In algemene zin: zolang alle duurzame keuzes in ons huidige economische systeem duurder en moeilijker zijn en je dus bij wijze van spreken altijd stroomopwaarts moet roeien, zal een aantal moedige pioniers en wellicht een groot deel van de lezers van dit blad dat doen, maar de grote meerderheid loopt daar niet warm voor.” Rechtvaardigheid Hoe dan wel? In het boek pleiten Jones en De Meyere voor de strategie van de 4 E’s: enable, encourage, exemplify en engage.
Jones: “Enable betekent mogelijk maken of in staat stellen. De overheid moet ervoor zorgen dat mensen zonder al te veel moeite een duurzame keuze kunnen maken. Wil je dat mensen minder auto rijden, zorg dan dat er goed en bereikbaar openbaar vervoer is, dat er veel fietspaden zijn, enzovoort. Daarnaast moet je als overheid bepaald gedrag aanmoedigen: encourage. Burgers moeten financieel beloond worden voor duurzaam gedrag en financieel bestraft worden voor de niet duurzame keuzes. Maak het openbaar vervoer goedkoop of zelfs gratis. Verander het belastingstelsel zodanig dat duurzame keuzes betaalbaar worden en niet-duurzame juist duurder.” Naast deze meer structurele ingrepen moeten volgens Jones de overheid en alle grote
In Nederland is dat volgens Jones moeilijker omdat het middenveld hier conservatiever en fragmentarischer is. “Er is geen collectief gedeeld streefbeeld van wat men eigenlijk wil. Dat is een belangrijke opdracht voor het middenveld in zijn eigen transitienetwerk: de vakbeweging moet samen met milieubeweging, culturele organisaties, de armoedebeweging, allochtone organisaties enz. werken aan een gezamenlijk verhaal, waarbij het one-issue karakter van de verschillende organisaties wordt overstegen. Ook de milieubeweging moet hier in participeren. Zij heeft vaak te weinig aandacht voor de sociale gevolgen van transities zoals werkgelegenheidseffecten. Die verbreding van de horizon naar een just transition, een rechtvaardige transitie, is mijns inziens een Positieve boodschap Maar hoe vertel je mensen dat ze minder mogen gaan consumeren? Want daar komt het in de ogen van de meeste mensen toch op neer? Jones: “Je moet duidelijk maken dat je een positief verhaal vertelt, namelijk dat onze milieu-impact met een factor tien kan dalen en onze levenskwaliteit tegelijkertijd enorm kan toenemen. De enige sector waar dat niet kan is toerisme. Daar gaat het echt over consuminderen: minder ver en minder vaak vliegen. Dat is een moeilijke communiceerbare boodschap. Daar ben ik me terdege van bewust. Maar zoals wij in ons boek laten zien, kun je ten aanzien van mobiliteit, voeding en wonen wel een positieve, enthousiasmerende boodschap brengen. Iedereen kan heerlijk eten, prachtig wonen en zich op aangename wijze verplaatsen zonder de aarde te vernietigen. Dat vind ik het knappe van het werk van Urgenda. Zij hebben toekomstvisies ontwikkeld over hoe de steden er over 50 jaar uit kunnen zien. Dat zijn geen beelden van geitenwollensokkendragers die in boomhutten zitten te verkommeren en zich met koud water moeten wassen. Neen, dat zijn hoog attractieve beelden van hoe we in de toekomst kunnen leven met drastisch minder milieu-impact en een veel betere levenskwaliteit.”
Met deze positieve beelden en verhalen moeten we volgens Jones aan de slag. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat verandering van gedrag niet op individuele basis plaatsvindt. “Mensen veranderen hun gedrag niet door bewustwording, door postbus 51 spotjes. Dat werkt helemaal niet. Peter Tom Jones & Vicky De Meyere, Terra Reversa. De transitie naar rechtvaardige duurzaamheid (met een voorwoord van Jan Renders, Agnes Jongerius en Marius de Geus) wordt uitgegeven door uitgeverij EPO & Jan van Arkel. ISBN 978 90 6445 543 8. |
| < Vorige | Volgende > |
|---|
![]() |
| Peter Tom Jones is burgerlijk ingenieur Milieukunde, doctor in de
Toegepaste Wetenschappen en werkzaam als Onderzoeksmanager (IOF) aan de
K.U.Leuven, met specialisatie in industriële ecologie. Hij is één van de
15 pioniers van Plan C, de Vlaamse transitie-arena voor een duurzaam
materialenbeheer én van Terra Reversa, de Vlaamse denktank voor
ecologische economie. Als ‘geëngageerd wetenschapper’ publiceerde hij
talloze artikels, boekartikels en opiniestukken omtrent thema's als
klimaat, transities, industriële ecologie en ecologische economie. Hij
is co-auteur van o.a. Terra Incognita (Ginkgo, Gent, 2006), Het
Klimaatboek (Berchem, 2007), Klimaatcrisis (Antwerpen,
2009) en Terra Reversa (Berchem/Utrecht, 2009). Lees Meer... |



