Home arrow Interviews arrow Interview Peter Tom Jones in Gonzo Circus 100: "Een tegenmacht creëren" (November 2010)
Interview Peter Tom Jones in Gonzo Circus 100: "Een tegenmacht creëren" (November 2010) PDF Afdrukken E-mail
Image

Gonzo (circus) presenteert: De Voorhoede, Vaandeldragers der Lage Landen. Er was eens een keukentafel … en nu Gonzo (circus) #100, een XL-jubileumeditie met twee gratis cd’s. Een subjectieve selectie bevlogen en volhardende muzikanten en kunstenaars, denkers en doeners.

124 pagina’s vol interviews met en portretten van vrije denkers die voorop lopen in nieuwe muziek, kunst en ideeën. Voor meer info over dit nummer, zie:

http://www.gonzocircus.com/gc100

"Bladeren" in Gonzo 100: http://www.gonzocircus.com/xtrpgs/blader

 

Interview Peter Tom Jones in Gonzo Circus 100: "“Een tegenmacht creëren”
Tekst: Ge Huismans


Peter Tom Jones woont en werkt in Leuven. Samen met Vicky De Meyere publiceerde hij het inspirerende boek ‘Terra Reversa, de transitie naar rechtvaardige duurzaamheid’. In een Leuvens café nestelden we ons in een hoekje voor een gepassioneerd gesprek.

 

ImageJones heeft al ruim een uur uitvoerig gesproken over maatschappelijke ontwikkelingen die nodig zijn om de wereld te verduurzamen en sociaal rechtvaardiger te ma­ken, als de vraag rauw op tafel valt hoe hij toch zo positief blijft in het gevecht tegen de gevestigde belangen, in het besef dat de veranderingen ongelofelijk omvattend en ingrijpend zullen moeten zijn. Zonder lang na te denken antwoordt hij: “Omdat ik zie dat er zaken veranderen – achter de schermen. Als we afgaan op het politieke stem­gedrag is er inderdaad weinig hoop. Zowel in Nederland als in Vlaanderen zien we een ontwikkeling richting ver­rechtsing, kortetermijndenken en navelstaarderij. Maar ik zie dus ook positieve ontwikkelingen, met name bij de personen die plannen schrijven, die strategieën uitdenken, die nieuwe projecten opstarten. Daar beweegt wat. Het transitiedenken begint zijn intrede te vinden, zelfs bij heel wat bedrijven.”

 

ECOLOGISCH EN RECHTVAARDIG

Het transitiedenken werd door Jones en De Meyere in het boek ‘Terra Reversa, de transitie naar rechtvaardige duurzaamheid’ uitgebreid en goed onderbouwd beschreven. Een transitie kan worden beschouwd als een ingrijpend proces van verandering van structuur, cultuur en werkwijze van de maatschappelijke orde. In het boek bouwen beide auteurs voort op de uit 2003 stammende theorie van de Nederlandse hoogleraar Jan Rotmans, en concretiseren ze die aan de hand van een aantal maatschappelijke sectoren die grote veranderingen zouden moeten ondergaan: wonen, mobiliteit, voedselpro­ductie, toerisme.

 

“Het sleutelwoord in dit hele proces is ‘rechtvaardige transitie’. Mijn kritiek op de huidige transities is dat het transitiedenken tot nu toe puur ecologisch wordt bekeken. De sociale agenda, de sociale gevolgen en de werkgelegen­heidsaspecten van deze transities worden vaak veron­achtzaamd. Dat zie je onder meer al terug in de afwezig­heid van bepaalde sociale partners in de verschillende transitie-arena’s. Wij streven er naar om de ecologische en sociale agenda in evenwicht te ontwikkelen.”

 

In Nederland noch in Vlaanderen is het evident dat beide werelden samenwerken – al lijkt de combinatie tussen ecologie en rechtvaardigheid in Vlaanderen vanzelfspre­kender dan in Nederland. Wat in ieder geval ontbreekt is een gemeenschappelijke taal en een overeenkomstige waardenhiërarchie. “Het inzicht van dit gefragmenteerde middenveld met haar overwegend one issue denken, heeft ons ertoe aange­zet het Transitienetwerk van het Middenveld op te zetten. We onderschrijven het belang van meer samenhang en samenwerking, en het opstellen van een ‘Leitbild’, een oriëntatiepunt.” In Vlaanderen wordt het ‘middenveld’ – oftewel: de civiele samenleving – ruim gedefinieerd. Van de meer traditione­le organisaties als vakbonden, consumentenorganisaties, niet-gouvernementele organisaties, milieuorganisaties, sociale bewegingen en coöperaties, tot de meer genet­werkte structuren van individuen, van tijdelijke initiatie­ven die ontstaan, verdwijnen, en op andere plekken in een andere constellatie weer overnieuw verschijnen zoals zelf­hulpgroepen, culturele instellingen, en dergelijke. Samen vormen zij het cement van de maatschappij, waar mensen zich verenigen en samen zaken oppakken.

 

VISIONAIREN

De strategie is om allereerst het meer progressieve deel van het middenveld te enthousiasme­ren; in het deel waarvan tegenwerking of weinig mede­werking wordt verwacht, wordt nu geen energie gestoken. Om dat Transitienetwerk van het Middenveld op te zetten, is een klein groepje bijeen gaan zitten om het geheel een start te geven, waaronder Jan Wyckaert (Vredeseilanden), Dirk Barrez van De WereldMorgen, John van Daele (MO* Magazine) en deskundigen uit de denktank Terra Reversa. Zij zagen het belang ervan in om de fragmentatie weg te werken, en wilden een Leitbild opstellen, dat de soci­ale, ecologische en Noord-Zuid component integreert. Vanuit dit groepje toog men naar een aantal koplopers en zwaargewichten in het Vlaamse progressieve middenveld, waaronder Ann Demeulemeester (algemeen secretaris van het ACW, de koepel van Vlaamse christelijke werknemersorganisaties) en Guy Gypens (artistiek directeur van het Brusselse Kaaitheater). “Eveneens een visionair, die het belang inziet van de rol van de culturele sector in de transitie naar rechtvaardige duurzaamheid.”

 

Gypens heeft op oorspronkelijk initiatief van de Vlaamse overheid, ‘Atelier Ecocultuur’, opgepakt, om te laten zien hoe de kunstensector kan bijdragen tot het transitiepro­ces naar rechtvaardige duurzaamheid. Hij denkt dat te kunnen doen, door onder meer het ‘publiek maken’ van de socio-ecologische uitdaging, en verbeelding en creativiteit binnen te brengen in alle lagen van de noodzakelijke ver­anderingsprocessen. Het gaat over het creëren van nieuwe verhalen. Daarna volgden gesprekken met de twee grote vakbon­den: de Christelijke Vakbond (ACV) en de Vlaamse vleugel van het socialistische Algemeen Belgisch VakVerbond (ABVV). “Zo hebben we langzamerhand een fundamentele ruggengraat opgebouwd van meewerkende organisaties die het project ook financieel en logistiek ondersteunen, in de vorm van mensen die intern bij al die organisaties deels zijn vrijgemaakt om dat proces mee te begeleiden en te ondersteunen: administratief, logistiek, praktisch, beschikbaar stellen van zalen et cetera. Dit alles gebeurt bovendien op een manier die de klassieke representatie overstijgt. De actoren binnen het transitienetwerk moeten autonoom kunnen denken.”

 

TRANSITIE-NETWERK

Jones ziet als belangrijke functie van het Transitienetwerk van het Middenveld allereerst het ontwikkelen van een gedeelde probleemanalyse en een gedeeld toekomstbeeld rond wat er mis is aan de huidige samenleving. Die fase is afgerond. Daarnaast zal er moeten worden gewerkt aan een gezamenlijk toekomstbeeld, zowel wat betreft het proces dat hiertoe moet worden doorlopen als het toekomstbeeld zelf: welke samenleving hebben we voor ogen en welk macro-economisch model heb je daarvoor nodig?

 

Jones gelooft daarbij sterk in een nieuw macro-econo­misch model dat voor zijn eigen stabiliteit niet afhanke­lijk is van consumptiegroei, een model dat kwalitatieve ontwikkeling nastreeft in plaats van kwantitatieve groei. Deels zullen hiervoor basisconcepten van de moderniteit in vraag moeten worden gesteld. De Britse wiskundige, fi­losoof en natuurkundige Tim Jackson schreef er recent het boek ‘Welvaart zonder groei’ over (verschenen bij Jan van Arkel). Dit kan worden beschouwd als een ‘metatransitie’, die vele generaties in beslag kan nemen. Tamelijk vaag en ver weg, maar van fundamenteel belang om het proces op kortere termijn richting te geven.

 

Een andere functie van het netwerk is volgens Jones dat de deelnemers elkaars perspectief leren begrijpen, elkaars taal leren spreken, elkaars common ground vinden en elkaar inspireren. Daarvoor moet je de tijd nemen. “De belangrijkste functie van het netwerk is echter be­leidsbeïnvloeding en onlosmakelijk daarmee verbonden: draagvlakcreatie en draagvlakverbreding - zowel binnen alle achterbannen van de onrechtstreeks deelnemende or­ganisaties, als in de bredere samenleving. Je bent tenslotte bezig met het opbouwen van een tegenmacht. Zonder te­genmacht heb je geen invloed op het beleid, en dan bedoel ik zowel het overheidsbeleid, als het beleid van bedrijven en zelfs de aanpak van de bestaande transitieproces­sen, zoals Plan C in Vlaanderen en de Energietransitie in Nederland.”

 

TRANSITIE-PARADOX

Uiteindelijk gaat het er om de multiplicatoren binnen de samenleving te enthousias­meren. In eerste instantie binnen het progressieve middenveld, maar zeker ook binnen de overheden, kennisinstellingen en binnen bedrijven. “Daarom zijn we ook op zoek naar de pioniers in Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Daar gebeurt meer en meer, en dat is deels de reden dat ik best positief ben. Een bedrijf als Colruyt (Belgische budget-supermarkt, gh) heeft daarin al flinke stappen gezet en ook een bank als Triodos wil nog meer het rechtvaardig transitiedenken in haar basisfilosofie integreren. Triodos is inmiddels een grote multiplicator, een bedrijf dat veel kan losmaken, ook als ecologisch investeerder. Daardoor verplichten ze andere banken om minstens een deel van hun bedrijfsvoering aan te passen.”

 

“Tegelijkertijd zie ik een zogeheten ‘transitieparadox’: de overheid, die eigenlijk pro-actief moet handelen om transities op te zetten en goed te begeleiden, vertoont koudwatervrees. Als de overheid al iets doet, is het heel voorzichtig en enkel op minder gevoelige onderwerpen zoals wonen waar de oplossingen vooral van technologi­sche aard zijn.”

 

“Echte heikele onderwerpen als vleesconsumptie en het terugdringen van de autokilometers zal in de handen van de overheid slechts incrementeel worden geoptimaliseerd. In het beste geval worden wat punten en komma’s aange­pakt, omdat de ondersteunende lobby’s zo sterk verweven zijn met de gangbare politiek. Dergelijke fundamentele transities kunnen daarom effectiever vanuit het midden­veld worden opgezet. Natuurlijk moet je op een gegeven moment gaan samenwerken met de grote regimespelers, maar dan heb je al iets opgebouwd – en de regie in handen gehad. Zo maakt het middenveld zichzelf sterker, waardoor het een vuist kan maken naar de overheid en de markt.”

 

MEGAFOON

Om naar de overheid en de markt een sterkere vuist te kunnen maken, is het van belang het mediaspel goed te beheersen en zo de mainstream media te kunnen beïnvloeden. Want dat de media een grote impact hebben op de meningsvorming in de maatschappij, is een open deur. Tijdens de afgelopen verkiezingen hebben we dat aan den lijve mogen ondervinden, aldus Jones: in Vlaanderen gingen de discussies met name over commu­nautaire zaken, in Nederland had de PVV met haar anti-islam verhaal de media in haar greep. Sociaal-ecologische thema’s waren volledig afwezig. Die nadruk is terug te zien in het stemgedrag.

 

Over de rol van onder meer de mainstream media in het misleiden en manipuleren van de publieke opinie op het gebied van het milieu en klimaat is het boek ‘Merchants of Doubt’ van Naomi Oreskes en Erik Conway volgens Jones een absolute aanrader. Die gerenom­meerde Amerikaanse wetenschapshistorici analy­seren hoe een handvol gepensioneerde fysici uit het Koude Oorlogtijdperk, een aantal rechts-conservatieve denktanks en enkele bedrijven de laatste vier decennia ontzettend succesvolle campagnes hebben opgezet, op bijna alle grote milieu- en gezondheidsdebatten als DDT, zure regen, opwarming van de Aarde, roken en long­kanker, het gat in de ozonlaag. De strategie was steeds dezelfde: creëren van twijfel (‘doubt is our product’), met de hulp van massamedia zoals Fox News en Wall Street Journal. Dat soort media vormden de megafoon voor die verhalen. Dit heeft onder meer geleid tot het vernietigen van het draagvlak voor een krachtige klimaatwet in de VS of tot het decennialang vertragen van wetgeving op vele andere – vaak levensbedreigende – terreinen.

 

Dat de megafoon van rechts harder klinkt dan die van links, lijkt de worden veroorzaakt doordat sceptici, in bovenstaand voorbeeld mensen als Frederick Seitz, Fred Singer en William Nierenberg, decennialang rechtstreeks toegang hebben gehad tot de hoogste politieke regionen. Zeker tijdens de Reagan en Bush-administraties reikte de invloed van die sceptici tot in het Witte Huis toe. Daarnaast kregen ze grote sommen geld toegeschoven van bedrijven als Philip Morris of grote oliebedrijven, waardoor ze fake- NGO’s konden opzetten, en investeren in campagnes om twijfel te zaaien. Daarbij lijken de linkse media veel braver, misschien wel vanuit een ethische insteek.

 

TEGENGAS

Wetenschappers op hun beurt zijn veel te weinig getraind om met massamedia om te gaan; ze zijn gewend om te publiceren in peer review literatuur, om volgens heel stringente eisen te schrijven en elkaars werk te beoorde­len en heel belangrijke ongeschreven regels te respecte­ren. De ‘tegenzijde’ trekt zich daar weinig van aan, en gebruikt alle middelen om twijfel te zaaien. Vandaag krijgt een zeer klein aantal klimaatsceptici onevenredig veel ruimte in de pers. In de vakliteratuur is hun aantal immers quasi verwaarloosbaar. Ze krijgen daar hun werk niet gepubliceerd, omdat er simpelweg te veel fouten in staan. Veel auteurs die zich in het klimaatdebat laten voorstaan op hun wetenschappelijke status, hebben die status meestal opgebouwd in een ander domein dan klimaatwe­tenschap. Ze hebben van het onderwerp zelf niet overdre­ven veel verstand, ze hebben er in ieder geval nooit wetenschappelijk over gepubliceerd, maar krijgen toch voortdurend een podium in de mainstream media. Dergelijke auteurs en de gedogende media misbruiken hun titels en verlenen respectabiliteit aan onzin.

 

Om tegengas te geven, zo schrijven volgens Jones ook Oreskes en Conway, zouden wetenschappers veel meer in mainstream media moeten communiceren. Dat betekent ook anders schrijven: niet alleen populairder, maar ook zelfverzekerder. Waar in wetenschappelijke vaktijdschrif­ten wordt vertrokken vanuit onzekerheden die inherent zijn aan wetenschap, heeft een dergelijke aanpak in mainstream media een averechts effect. Het enige dat er op dit moment tegenover kan worden gezet is om de ‘middenveldmedia’ meer te laten meewerken met het brengen van de andere boodschap, op een accuratere ma­nier. In Vlaanderen doen bijvoorbeeld De WereldMorgen (een vervolg op Indymedia België en Pala Nieuwsbrief) of het maandblad MO* dat heel sterk. Nederland kent bladen als Buiten de Orde en (op Internet) Indymedia en Konfrontatie, al zitten die allen heel diep in de marge.

 

“Tegelijkertijd blijft het belangrijk om te blijven communi­ceren met de verantwoordelijke figuren binnen de main­stream media, al heb je dan weer vaak niet zelf in de hand hoe een en ander wordt uitgezonden. Ik vind simpelweg dat we de maatschappelijke plicht hebben om van ons te laten horen op het moment dat de sterke wetenschappelij­ke consensus wordt verkracht in de mainstream media.”

 

 
< Vorige   Volgende >