Home


 

facebook

 

 

Image

Van afvalopslag naar natuurgebied (Interview, Campuskrant, 22/12/2010, p. 11) PDF Afdrukken E-mail
Image

(Artikel/interview verschenen in Campuskrant 

(KULeuven), 22/12/2010, nr. 4, p. 11)  

 

Het idee is nog wat wennen, maar oude afvalopslagplaatsen kunnen als mijnen gebruikt worden. Uit bergen afval kunnen materialen gerecycleerd worden ofwel met nieuwe technologie verwerkt om groene energie op te wekken. Dit alles op een klimaatvriendelijke manier en zonder restafval, zodat er op het einde van de rit zelfs een waardevol natuurgebied ontstaat.

 

Tekst: Ilse Frederickx

Pdf beschikbaar op: http://dagkrant.kuleuven.be/files/pdf/ck22-nr04.pdf

De Remo-afvalopslagplaats in Houthalen-Helchteren dient als showcase. Een consortium van drie kennisinstellingen – de K.U.Leuven, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) en de Universiteit Hasselt – onderzoekt hoe de 16 miljoen ton afval op de Remo-site op een duurzame en economisch interessante manier hergebruikt kan worden. Het agentschap voor Innovatie door Technologie en Wetenschap (IWT) keurde voor dit onderzoeksproject één van de grootste budgetten ooit goed: zes miljoen euro, waarvan 43 procent door het IWT wordt gedragen en de rest door Group Machiels, het milieutechnologisch bedrijf dat de Remo-site momenteel uitbaat en het Closing the Circle-project bedacht.

 

De naam van het project verwijst naar een gesloten materiaalkringloop, vertelt IOF-Onderzoeksmanager Peter Tom Jones (K.U.Leuven), co-promotor van het IWT-project. “Vroeger werd afval gewoon gedumpt, nu verbrand met energierecuperatie. Hierbij komt wel CO2 vrij en honderd kilo afval geeft dertig kilo as restafval. Nog altijd een afvalprobleem dus, en bovendien worden soms perfect herbruikbare materialen verbrand.”

 

Materiaalrecyclage

Dat er tot nu toe nog (te) veel afval verbrand wordt, heeft vooral een economische oorzaak. Producenten die elektriciteit winnen uit hernieuwbare energiebronnen, ontvangen groenestroomcertificaten. Die zijn een bron van inkomsten. Zo wordt groene energie gestimuleerd, wat op zich een goede zaak is. In de afvalsector betekent dat dan vooral de klassieke verbranding, legt Jones uit. “Maar men hoeft niet altijd alles te verbranden. Wat er dan wel nodig is – en nu nog niet bestaat – zijn materiaalrecyclagecertificaten. Die vorm van subsidie is nodig om producenten zover te krijgen om bepaalde afvalmaterialen te recycleren, zodat de milieubelastende ontginning van primaire materialen vermeden kan worden. Zeker wanneer de economische winst van de herwonnen landoppervlakte wegvalt als men kiest voor natuurgebied, zijn er naast groene energiesubsidies ook materiaalrecylagecertificaten nodig om het volle potentieel van ELFM aan te boren.”

 

ELFM staat voor Enhanced Landfill Mining, een nieuw concept waarbinnen Closing the Circle past. Jones: “Bij ELFM gaat men een hele stap verder dan de klassieke verbranding door materialen te recuperen en met de rest groene energie op te wekken via de allernieuwste plasmatechnologie. Met het plasmaproces kan men groene elektriciteit en warmte opwekken en houdt men slechts ongeveer 10 procent residu over. Bovendien kan het residu, de plasmarock, gebruikt worden als hoogwaardig bouwmateriaal.”

 

De CO2-emissies die bij de energieproductie ontstaan, worden idealiter gecompenseerd of weggewerkt. Dat gebeurt door ondergrondse opslag, gebruik als meststof in serres – bij hogere CO2 is er een bemestingseffect – of als een cementalternatief. Zodra alle afvalstoffen zijn opgegraven en verwerkt, zou de Remo-site een biodivers natuurgebied moeten worden. En zo is de cirkel rond. Het Closing the Circle-project zou in 2014 starten en twintig jaar lopen.

 

Potentieel

Dit kan een hele nieuwe sector worden, schetst Jones: “In Vlaanderen zijn er ongeveer 1.600 gekende afvalopslagplaatsen, in Europa zelfs 150.000: nu gevaarlijk gebied, maar wel met potentieel. In Vlaanderen en Europa zijn wij immers afhankelijk van de import van heel wat grondstoffen uit het buitenland, die bovendien steeds schaarser worden. Daarom moeten we oude stortplaatsen zien als de materiaalmijnen en energieleveranciers van de toekomst. Dat versterkt onze materialen- en energieautonomie. Een eerste analyse toonde ook aan dat ELFM in Vlaanderen een oppervlakte van twintig vierkante kilometer zou kunnen herwinnen. Ook het potentieel aan nieuwe werkgelegenheid is immens. Alleen al voor Closing the Circle rekent men op 800 nieuwe banen.”

 

Het driejarige IWT-onderzoeksproject moet de nieuwe technologieën leveren die nodig zijn om Closing the Circle realiteit te laten worden. Vanuit de K.U.Leuven werken er heel wat disciplines mee: de groep van Lieve Helsen van Mechanica en Energieconversie onderzoekt de ELFM-plasmatechnologie. Het IOF-Kennisplatform SMaRT-Pro² – waarin onder andere chemische, metallurgische en bouwkundige ingenieurs verenigd zijn met geologen en economen – bekijkt hoe hoogwaardige bouwmaterialen te maken van de anorganische residu’s in de Remo-site opgeslagen liggen. IOF-Onderzoeksmanager Karel Van Acker levert samen met de UHasselt het model dat de juiste materiaalstromen naar de juiste technologie op het juiste moment moet leiden.

 

http://www.elfm-symposium.eu/

 

Zie ook: http://dagkrant.kuleuven.be/?q=node/9006

 
< Vorige   Volgende >
Peter Tom Jones
Peter Tom Jones is burgerlijk ingenieur Milieukunde, doctor in de Toegepaste Wetenschappen en werkzaam als Onderzoeksmanager (IOF) aan de K.U.Leuven, met specialisatie in industriële ecologie. Hij is één van de 15 pioniers van Plan C, de Vlaamse transitie-arena voor een duurzaam materialenbeheer én van Terra Reversa, de Vlaamse denktank voor ecologische economie. Als ‘geëngageerd wetenschapper’ publiceerde hij talloze artikels, boekartikels en opiniestukken omtrent thema's als klimaat, transities, industriële ecologie en ecologische economie. Hij is co-auteur van o.a. Terra Incognita (Ginkgo, Gent, 2006), Het Klimaatboek (Berchem, 2007), Klimaatcrisis (Antwerpen, 2009) en Terra Reversa (Berchem/Utrecht, 2009).  
Lees Meer...