| Een hoogradioactief rapport |
|
|
|
|
Peter Tom Jones en Els Keytsman belichten de foute oplossingen van het VN-klimaatrapport. Opiniestuk verschenen in De Morgen van 4/5/2007. Quote: "Kernenergie is alleen CO2-vrij tijdens de elektriciteitsproductie. In zijn totale levenscyclus doet een kernreactor het niet beter dan een moderne warmtekrachtkoppelingsinstallatie." Vandaag verschijnt het derde deel van het vierde VN-klimaatrapport. De eerste twee delen van het rapport omschreven de oorzaken en gevolgen van het klimaatprobleem. Dit deel bevat de voorgestelde oplossingen. Uit die rapporten blijkt dat de klimaatdestabilisatie ernstiger zal zijn dan werd aangenomen. De gevaarlijke grens van 2 graden Celsius opwarming zal deze eeuw wellicht nog overschreden worden. Om dat alsnog te vermijden zou de mondiale broeikasgasuitstoot immers met minstens 80 procent moeten dalen tegen 2050, om zo de CO2-concentratie te stabiliseren op maximaal 450 deeltjes per miljoen. Stilzwijgend wordt de lat van de maximaal toelaatbare opwarming gaandeweg hoger gelegd. Bij een opwarming vanaf 2,5 graden Celsius krijgen nochtans meer dan drie miljard mensen te maken met waterschaarste en verschijnen ontwrichtende, abrupte klimaatwijzigingen op de radarschermen. De landen die niet verantwoordelijk zijn voor het probleem ondervinden de grootste schade. In het nieuwe rapport erkent men dat verregaande maatregelen nodig zijn om de opwarming beneden de grens van 2-3 graden Celsius te houden. Men bepleit een waslijst aan maatregelen op het vlak van transport, industrie, energievoorziening, landbouw en bosbeheer, gebouwen en afvalverwerking. De hoofdmoot van die maatregelen onderschrijven wij volledig. Maar wij storen ons aan de plaats die in de ontwerptekst wordt toegekend aan 'bio'-brandstoffen, koolstofcaptatie en -opslag (CCS) en, vooral, kernenergie. Biobrandstoffen van de eerste generatie (zoals bio-ethanol op basis van maïs, biodiesel uit oliepalmen) hebben meer nadelen dan voordelen. Ze brengen de voedselproductie en watervoorziening in gevaar. Het gaat om grootschalige monoculturen met alle nadelen van dien, terwijl ze slechts weinig CO2-emissies vermijden. Alleen biobrandstoffen van de tweede generatie kunnen een bescheiden bijdrage leveren, als ze tenminste voldoen aan een aantal sociale en ecologische criteria. Een soortgelijk verhaal geldt voor CCS, een technologie die nog maar in haar kinderschoenen staat. Voor de westerse landen is CCS zeker geen optie: investeringen moeten gaan naar hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, niet naar een onzekere end-of-pipe-technologie. Met kernenergie gaat dan weer binnen enkele decennia sowieso het licht uit. Aan het huidige gebruik zijn de hoogkwalitatieve uraniumvoorraden tegen 2050 uitgeput. We veroordelen ons tot een gevaarlijke afhankelijkheid: 'ons' uranium moet worden ingevoerd uit soms politiek instabiele landen. De lokale bevolking draagt dan weer de schadelijke gevolgen van de uraniumwinning. Ook op het vlak van vermeden CO2-emissies willen we een mythe doorprikken. Kernenergie is alleen CO2-vrij tijdens de elektriciteitsproductie zelf. Maar kijkt men naar de totale levenscyclus, dan doet een kernreactor van de tweede generatie het niet beter dan een moderne warmtekrachtkoppelingsinstallatie. Hoe meer centrales er in de wereld worden gebouwd, hoe groter ook het risico van nucleaire proliferatie. En na vijftig jaar onderzoek is er nog steeds geen oplossing voor de opslag van het hoogradioactieve afval, dat nog ongeveer 6.800 generaties actief blijft. De foutonvriendelijkheid is gebleken uit de ramp in Tsjernobyl, een centrale die enkele maanden voordien nog als 'veilig' werd omschreven. De zogenaamde vierdegeneratiereactoren, die intrinsiek veilig zouden zijn, bestaan vandaag enkel op de tekentafel. Het duurt nog minstens dertig jaar vooraleer die reactoren beschikbaar zouden zijn. Die tijd hebben we niet. Ook het economische kostenplaatje valt negatief uit. Kernenergie is goedkoop én duur. Goedkoop als je naar de marktprijs kijkt. Extreem duur als je alle externe kosten zou inrekenen: ontmanteling, milieueffecten, gezondheidskosten, afvalverwerking... Die kosten worden vandaag collectief gedragen. Zonder massale overheidssteun zou er vandaag geen enkele centrale meer worden neergeplant. Kernenergie maakt ons ook afhankelijk van een sterk gecentraliseerd elektriciteitsnetwerk. Net het tegenovergestelde van de vereiste decentralisering, die zorgt voor lokale energieautonomie. Zolang kernenergie wordt gepromoot als valabel alternatief, zal men weinig investeren in hernieuwbare energie. Dat betekent dat we onze energieafhankelijkheid bestendigen en duizenden nieuwe jobs in de ecotech-sector te grabbel gooien. Slotsom: de werkgroep die instaat voor dit VN-rapport en die, in tegenstelling tot de twee andere werkgroepen, tal van neoklassieke economen herbergt, maakt een grondige inschattingsfout. Wij hopen dat men dat standpunt zal herzien. En zelfs als dat niet het geval is, belet niets ons om in eigen land resoluut te kiezen voor een echt duurzaam ontwikkelingspad, zonder kernenergie. Peter Tom Jones en Els Keytsman, beiden kandidaat voor Groen! tijdens de komende verkiezingen, zijn de auteurs van Het klimaatboek. Pleidooi voor een ecologische omslag (EPO, 2007, tweede druk).
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|
![]() |
| Peter Tom Jones is burgerlijk ingenieur Milieukunde, doctor in de
Toegepaste Wetenschappen en werkzaam als Onderzoeksmanager (IOF) aan de
K.U.Leuven, met specialisatie in industriële ecologie. Hij is één van de
15 pioniers van Plan C, de Vlaamse transitie-arena voor een duurzaam
materialenbeheer én van Terra Reversa, de Vlaamse denktank voor
ecologische economie. Als ‘geëngageerd wetenschapper’ publiceerde hij
talloze artikels, boekartikels en opiniestukken omtrent thema's als
klimaat, transities, industriële ecologie en ecologische economie. Hij
is co-auteur van o.a. Terra Incognita (Ginkgo, Gent, 2006), Het
Klimaatboek (Berchem, 2007), Klimaatcrisis (Antwerpen,
2009) en Terra Reversa (Berchem/Utrecht, 2009). Lees Meer... |



