Home arrow Opiniestukken arrow De toekomst van de Aarde vereist een radicale mentaliteitswijziging
De toekomst van de Aarde vereist een radicale mentaliteitswijziging PDF Afdrukken E-mail

Dit artikel van Bruno Latour verscheen in Le Monde van 5 mei 2007. Johny Lenaerts, libertair publicist, vertaalde het stuk voor deze website.

'Verander de wereld’, zo luidt een oude socialistische slogan. Tegenwoordig vindt men hem in de ecologische beweging, zo stelt de Franse politicoloog Bruno Latour, een beweging die iets essentieels van de kleine extreme partijen dient te behouden: de zin voor radicaliteit. Want de ‘warme oorlog’ die zich voor ons aandient vereist, op een nog grotere schaal, moed en radicaliteit.

In april heeft de Veiligheidsraad voor de eerste keer een zitting gewijd aan de dreiging van de opwarming van de Aarde. Het ging niet meer over de koude oorlog, maar over een nieuwe ‘warme oorlog’. De Aarde is dus letterlijk de geopolitiek binnengestapt. En dΰt op het moment waarop de groene partij gehavend uit de verkiezingen kwam.

Sommigen zijn er blij mee dat de politieke ecologie gereduceerd werd tot de folkloristische scores van de andere ‘kabouterpartijen’. Dat lijkt me een grote fout te zijn, want momenteel staat er een veel urgentere strijd op de agenda: een strijd voor de definitie van moed in de politiek.

Al jaren lang hebben historici aangetoond dat de Franse linkerzijde verlamd blijft door de beschuldiging niet radicaal genoeg te zijn. Men rangschikt dus steeds de politieke passies op een schaal die loopt van de meest extreme moed (die des te extremer is daar zij nooit geconfronteerd werd met het risico van een test) tot aan het weke reformisme van de ‘sociaal-verraders’ die ‘de wereld zoals ze is’, zoals men dit in het buitenland noemt, zou aanvaarden.

De ecologische dreiging, die warme oorlog die we, volgens de uitdrukking van James Lovelock, tegen Gaia voeren, die oorlog die wij niet kunnen winnen zonder ons eigen verlies te veroorzaken, wijzigt compleet de oude indeling van de vormen van moed. Tot nu toe wilde radicaliteit in de politiek zeggen dat men het economische systeem wilde ‘revolutioneren’ of ‘omverwerpen’. Maar de ecologische crisis verplicht ons tot zo’n diepgaande transformatie dat ze alle oude dromen over maatschappijverandering doet verbleken. De machtsovername is een lachertje in vergelijking met de radicale maatregelen die onze ‘levensstijl’ vereisen. Wat kan tegenwoordig nog ‘de collectieve toeλigening van de productiemiddelen’ betekenen als het erom moet gaan alle productiemiddelen van alle aspecten van ons aards bestaan te veranderen? Deze vraag dringt zich des te meer op omdat het er niet om gaat haar ‘in grote lijnen’, ‘met ιιn slag’ of ‘totaal’ te veranderen, maar juist in het detail, via een minutieuze transformatie van elke levensgewoonte, elke teelt, elke plant, elk dier, elke rivier, elk huis, elk transportmiddel, elk product, elk bedrijf, elke markt, elk gebaar.

Tegenover de omvang van deze transformatie (die des te radicaler is daar ze moet voltrokken worden over het geheel van de planetaire bestaansvormen, maar in detail en met grote voorzichtigheid), is het hoog tijd de moed te herwaarderen van degenen die rekening houden met ‘de wereld zoals hij is’. Zoals hij is? Ja, kwetsbaar, bedreigd, en vooral bedreigend.

In dit nieuwe front van warme oorlog lijken de ‘neoliberalen’ nog veel ouderwetser dan de revolutionairen. Degenen die ik rechtse marxisten noem - de ayatollahs van de Wall Street Journal - zijn even machteloos als de linkse marxisten tegenover de omvang van de veranderingen die zich over de totaliteit van de gasten van de planeet moeten voltrekken. De keuze is dus niet meer zoals vroeger tussen de (min of meer revolutionaire) afwijzing en de (min of meer reformistische) aanvaarding van de ‘marktfactoren’. Zowel de afwijzing als de aanvaarding zijn reeds veroordeeld.

Het is amusant vast te stellen dat zich dit voordoet net op het moment waarop de jonggepensioneerden van mei ‘68 zich erover beklagen dat er geen ‘radicale gedachte’ meer voorkomt en dat er geen ‘meesterdenkers’ meer bestaan. Ik heb daarentegen de indruk dat deze tijd veranderingen van het intellect vereist die veel verder gaan dan de bleke utopieën van onze voorouders. Te meer daar het niet enkel gaat om ‘inktkoelies’, maar ook om het veranderen van de productie zélf van elke gedachte door haar veel meer te laten doordrenken van de exacte en de sociale wetenschappen - of veeleer van die nieuwe hybride wetenschappen die we wel degelijk aardse wetenschappen of wetenschappen van de aarde (grond) kunnen noemen.

Maar er is nog iets veel verbazingwekkenders: het is juist op het moment waarop de problematiek van de Aarde het sleutelprobleem van de zogenaamde geopolitiek wordt, dat er zich bij de verkiezingen drie of vier verdedigers van het ‘rurale leven’ opwerpen. Het heeft er de schijn van dat de Aarde zowel achter ons ligt, in de vorm van een ten dode opgeschreven plattelandsleven, als vóór ons, in de vorm van Gaia waarvan we niet meer weten of ze moeder of stiefmoeder is, ver of dichtbij, vreedzaam of oorlogszuchtig, vriend of vijand. Vanuit dit oogpunt kan Josι Bovι een bindschakel zijn, omdat hij zowel de oude streekcultuur als de nieuwe Aarde verdedigt. Hij heeft niet veel stemmen gehaald, maar de kortsluiting die hij tussen de twee vormen van ruraliteit veroorzaakt wijst ongetwijfeld op een weg die toekomst heeft.

Zou de aanloop tot de tweede stemronde niet het ideale moment kunnen zijn om eindelijk de moed in de politiek opnieuw te definiλren? De extreme kleine partijen, die zo erg de socialisten gefascineerd hebben, wegen uiteraard niet zwaar, maar men dient van hen iets essentieels te behouden: de zin voor radicaliteit. Want dΰt is het waar we net het meest nood aan hebben voor deze nieuwe strijd die de metamorfose van alle levensomstandigheden tot inzet heeft en waarop we zo slecht voorbereid lijken te zijn. Zoals de filosoof Peter Sloterdijk zegt, gaat het er niet om met ιιn slag een revolutie te veroorzaken door enkel de naam en de titel te veranderen van degenen die het bevel voeren, maar om de ιιn na de ander de voorwaarden van het delicate omhulsel van onze ‘overlevingssferen’ te expliciteren.

‘Het leven veranderen’, dat was de slogan van de socialisten. Men vond het getuigen van een belachelijke naοviteit. Maar tegenwoordig heeft dat gans zijn moedige en ecologische juistheid hervonden: de 30 % tot 40 % soorten die met uitsterven bedreigd worden zouden graag deze fiere slogan willen omhelzen... De kleine partijen dienen zich niet, bij gebrek aan beter, bij het socialisme ‘aan te sluiten’. Het is daarentegen dit socialisme dat niet langer naar het revolutionaire verleden moet blijven staren en zich eindelijk moet richten op de ‘warme oorlog’ die ook, maar op een nog grotere schaal, moed en radicaliteit vereist.


* Bruno Latour is hoogleraar in de politieke wetenschappen in Parijs. In Nederlandse vertaling verschenen van hem ‘Wetenschap in actie’ (1988), ‘De Berlijnse sleutel’ (1997) en ‘Wij zijn nooit modern geweest’ (1994).

VERTALING DOOR JOHNY LENAERTS

 
< Vorige   Volgende >