| Van cijfergegoochel tot cijfermanipulatie |
|
|
|
|
"Prof. Johan Vande Lanotte foefelt met klimaatfiguur", zo stelt het voorpagina-artikel van De Morgen (25/5) zeer terecht. Zijn behandeling van de cijfers van de Belgische broeikasgasuitstoot is werkelijk hallucinant. In se gaat hij nog een stap verder dan wat de federale en Vlaamse Ministers voor Leefmilieu, resp. Tobback (SP.A) en Kris Peeters (CD&V), eerder al presteerden. In ons Klimaatboek (2007) toonden wij aan op welke manier Tobback en Peeters vooral een goed communicatiebeleid voeren ten aanzien van hun klimaatbeleid. De démarche van Johan Vande Lanotte (JVDL) is evenwel van een nog totaal andere orde.
In zijn ‘creatieve’ klimaatfiguur (getoond op VRT-Campagnejournaal, 23/5) gebruikt JVDL enkel de uitstootcijfers voor 1993, 1999, 2003 en 2006. De hoge pieken in 1996 en 1998, en de tijdelijke daling in 2002, laat hij gewoon weg. Vervolgens trekt hij rechte lijnen door zijn geselecteerde punten om zo tot zijn vooropgestelde conclusie te komen: "Alleen onder Paars was er een daling van de uitstoot." Dit is geen cijfergegoochel meer maar je reinste manipulatie, een Professor onwaardig. Een eerlijke analyse van de Belgische (en Vlaamse) uitstootcijfers toont aan dat er de laatste 8 jaar geen sprake is van een reële én structurele trendbreuk qua daling van onze totale uitstoot, gemeten in CO2-equivalent. De officiële figuur van de Belgische CO2(eq.)-uitstoot toont aan dat er momenteel vooral fluctuaties optreden die te maken hebben met toevalsfactoren en éénmalige gebeurtenissen (bv. in 2005: stijging prijs energie, sluiting hoogoven, tijdelijk verminderde activiteit van Sidmar wegens opgelegde quota door het moederbedrijf etc.) Op geen enkele manier is er sprake van een echte, structurele daling. In het huidige groeigerichte economische model is de kleine, relatieve ontkoppeling tussen economische groei en CO2(eq.)-uitstoot totaal onvoldoende om een significante, absolute daling van de uitstoot te krijgen. De ongemakkelijke waarheid is dat we nog mijlenver verwijderd zijn van de Kyoto-doelstelling van ocharme -7,5%. Laat staan dat we nog maar stappen zetten richting -30% tegen 2020 en -90% tegen 2050. Want dat zijn de vereiste doelstellingen om te komen tot een opwarming van minder dan de gevaarlijke 2°C. Oeverloos cijfergegoochel en kinderachtig gezwaai met grafieken helpen ons dan ook geen meter verder. Integendeel, het leidt de aandacht af van waar het debat werkelijk moet over gaan: namelijk over de keuze voor een ander economisch model, dat wel rekening houdt met grenzen die mens en planeet aankunnen. Daarvoor is een totale ommekeer nodig in onze wijze van consumeren, produceren en verplaatsen. Om deze ecologische economie wortel te laten schieten is er vooral politieke moed nodig. Els Keytsman en Peter Tom Jones, auteurs van Het Klimaatboek: Pleidooi voor een ecologische omslag (Epo, 2007), en beiden Groen!-kandidaat voor de federale verkiezingen van 2007. |
| < Vorige | Volgende > |
|---|
![]() |
| Peter Tom Jones is burgerlijk ingenieur Milieukunde, doctor in de
Toegepaste Wetenschappen en werkzaam als Onderzoeksmanager (IOF) aan de
K.U.Leuven, met specialisatie in industriële ecologie. Hij is één van de
15 pioniers van Plan C, de Vlaamse transitie-arena voor een duurzaam
materialenbeheer én van Terra Reversa, de Vlaamse denktank voor
ecologische economie. Als ‘geëngageerd wetenschapper’ publiceerde hij
talloze artikels, boekartikels en opiniestukken omtrent thema's als
klimaat, transities, industriële ecologie en ecologische economie. Hij
is co-auteur van o.a. Terra Incognita (Ginkgo, Gent, 2006), Het
Klimaatboek (Berchem, 2007), Klimaatcrisis (Antwerpen,
2009) en Terra Reversa (Berchem/Utrecht, 2009). Lees Meer... |



